Duitse druivenrassen
Witte druiven

Riesling
Duitslands belangrijkste druivensoort. Vermaard om zijn elegant, complex karakter,
zijn hoog zuurgehalte en zijn bijzonder bewaarpotentieel. Riesling-wijnen combineren zeer goed met
gerechten, in het bijzonder met pikante en zoetzure bereidingen uit de Aziatische en
Latijns-Amerikaanse keuken.
In de geur en smaak van riesling-wijnen vinden we aroma’s terug van stevige appels,
rijpe perzikken, complexe mineralen en een toets van honing, zeker wanneer het om
gebotrytiseerde wijnen gaat.

Silvaner
Een oude druivensoort die volle en sappige wijnen voortbrengt met
een subtiel fruitig aroma en een fijne zuurgraad. Silvaner-wijnen zijn voldoende
zacht om de delicate aroma’s van zeevruchten en wit vlees te beklemtonen.

Rivaner
Van rivaner-druiven, een kruising van riesling en gutedel, maakt men droge en perfect met maaltijden
te combineren wijnen. Een synoniem voor rivaner is müller-thurgau. Deze wijnen passen zeer goed bij
kruidige gerechten, slaatjes en groentegerechten. Ze zijn floraal, hebben een lichte muskaattoets
en een niet te hoge zuurgraad. Hun smaakpalet is eerlijk en niet te complex. Jong te drinken.

Grauburgunder (Pinot Gris)
Een iets zachtere en drogere versie van dezelfde
druivensoort met een andere naam, de ruländer. Beide druivensoorten brengen krachtige en volle wijnen voort
met een afgeronde frisse zuurheid. Probeer ze bij smaakvolle gerechten op basis van zeevis, lam en wild.
Een rijpe, zoete ruländer past dan weer beter bij sterke kazen.

Weissburgunder (Pinot Blanc)
Elegante witte wijnen met een frisse zuurgraad,
fijn fruit en aroma’s die doen denken aan ananas, noten, abrikozen en citrusfruit. Past uitstekend bij
wit vlees en zeevruchten. Wijnen met vatoudering doen het ook goed bij lam en wild.

Kerner
Twee succesvolle nieuwe kruisingen zijn kerner,
vermaard voor zijn rieslingkarakter – fris en lichtzurig met een rijk en fruitig karakter – en scheurebe.
Het aroma van deze laatste druivensoort doet denken aan zwarte bessen en pompelmoes. In de smaak hebben
scheurebe-wijnen toetsen van specerijen en een knapperige frisheid. Passen uitstekend bij oosterse
gerechten en blauwe schimmelkazen.

Scheurebe
Twee succesvolle nieuwe kruisingen zijn kerner, vermaard voor zijn rieslingkarakter – fris en lichtzurig met een rijk en fruitig karakter – en scheurebe. Het aroma van deze laatste druivensoort doet denken aan zwarte bessen en pompelmoes. In de smaak hebben scheurebe-wijnen toetsen van specerijen en een knapperige frisheid. Passen uitstekend bij oosterse gerechten en blauwe schimmelkazen.
Rode druiven

Spätburgunder (Pinot Noir)
Duitslands elegantste en belangrijkste rode druivensoort, die volle en zijdezachte wijnen voortbrengt met een lichte zoete en fruitige toets. Spätburgunder-wijnen passen zeer goed bij subtiel geroosterd vlees en wild. Probeer eens een spätburgunder weissherbst (rosé) bij wit vlees.

Dornfelder
Een nieuwkomer waarvan diepgekleurde wijnen worden gemaakt. Gekoeld geserveerd zijn modern gevinifieerde dornfelder-wijnen, met uitgesproken aroma’s van bessenfruit, ideaal voor bij de picknick. De vollere wijnen met houtopvoeding hebben meer diepgang en een rijkere tanninestructuur. Zij zijn lekker bij grillades, wild en sterke kazen.

Portugieser
Ongecompliceerde en lichte rode wijnen gemaakt van portugieser (zacht en fris) of trollinger (knapperig fris) zijn goede dorstlessers en passen uitstekend bij eenvoudige gerechten als kaasschotels of koude gerechten. Dieprode, vollere lemberger-wijnen zijn dan weer lekkerder bij pasteien, smaakvolle vleesgerechten en sterke kazen.

Lemberger
Dieprode, volle lemberger-wijnen zijn lekker bij pasteien, smaakvolle vleesgerechten en sterke kazen.
|